De wet op de (uitgebreide) IdentificatieplichtNederland
Op 1 januari 2005 treedt de Wet op de uitgebreide identificatieplicht in werking (Staatsblad 300 van 25 juni 2004). Deze wet wijzigt de Wet op de identificatieplicht. Deze wijziging houdt in dat vanaf deze datum in Nederland iedereen van 14 jaar en ouder een origineel (geen kopie), geldig identiteitsbewijs moet kunnen tonen en dus bij zich dragen. Het niet kunnen tonen van een origineel, geldig identiteitsbewijs is strafbaar. Ook is het rijbewijs en zijn verschillende documenten uit de EU/EER als geldige identiteitsbewijzen aangewezen.
Identiteitsbewijzen ingevolge de Wet op de (uitgebreide) identificatieplicht zijn straks (artikel 1, lid 1):
- Nationaal paspoort (ook van EU/EER);
- Diplomatiek paspoort (ook van EU/EER);
- Dienstpaspoort (ook van EU/EER);
- Nederlands reisdocument voor vluchtelingen;
- Nederlands reisdocument voor vreemdelingen;
- Faciliteitenpaspoort en tweede paspoort;
- Nederlandse identiteitskaart (voorheen genaamd Europese identiteitskaart)
- Rijbewijs (ook van EU/EER)
- Verblijfsdocumenten en W-document.
Let op: Een bijschrijving geldt niet als legitimatie! Vergeet niet bij informatieverstrekking te wijzen op de eventueel benodigde doorhaling van het kind in het paspoort van de ouders, en de eventueel benodigde toestemming van de ouders.
De brochure ‘Identificatieplicht, Nederland veilig’, uitgegeven door de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken is hier te
downloaden in PDF-formaat.
Naast de brochure is meer informatie over de identificatieplicht en andere maatregelen die de overheid neemt om Nederland veilig te maken te vinden op de navolgende websites:
www.nederlandveilig.nl
www.paspoortinformatie.nl
www.postbus51.nl
www.justitie.nl